Nu ook 's avonds geopend op woensdag en donderdag!

BV Oprichten

Een Besloten Vennootschap (hierna: BV) is een rechtspersoon. Dat wil zeggen dat zij een eigen leven heeft, los van de eigenaar van de BV; de aandeelhouder. De BV heeft een kapitaal dat verdeeld is in aandelen. Het hebben van aandelen betekent het bezitten van een deel van de BV.

Er is een onderscheid tussen het maatschappelijk kapitaal van de BV en het geplaatste en het gestorte kapitaal. Het maatschappelijke kapitaal is het bedrag dat maximaal aan aandelen kan worden uitgegeven. Dit bedraagt in de praktijk meestal € 90.000,00. Daarvan moet ten minste een/vijfde deel worden geplaatst en volgestort. Dat is dus € 18.000,00.

Een aandeel heeft een nominale waarde. Het aandeel kan groot zijn, denk aan een nominale waarde van bijvoorbeeld € 1.000,00 of juist heel klein (een nominale waarde van van € 0,01 (1 eurocent)) Bij een geplaatst en gestort kapitaal van € 18.000,00 zijn er 18 aandelen van € 1000,00. Hoe kleiner de nominale waarde, des te groter het aantal aandelen. Kleine coupures zijn eigenlijk alleen zinvol als een groot aantal aandeelhouders wordt verwacht en een precieze verdeling tussen die aandeelhouders nodig is.

De aandelen die bij de oprichting van de BV worden geplaatst bij de oprichters moeten worden volgestort. Dat kan op twee manieren. De meest voorkomende manier is storting in geld. Er moet dan door de bank een verklaring worden gemaakt die bevestigt dat de bank een rekening heeft geopend op naam van de BV i.o. (in oprichting) en waarop door de oprichters van de BV het bedrag van de storting op de aandelen is gestort. Dat geld wordt in beginsel geblokkeerd en kan dus niet voor iets anders worden gebruikt dan voor de storting op de aandelen. Na de oprichting wordt het bedrag vrijgegeven en kan de BV het voor haar handelsactiviteiten gebruiken.

De tweede manier is door goederen aan de BV over te dragen als storting op de aandelen. Dit kan zijn de onderneming die de oprichter heeft en die door de BV wordt voortgezet. Het kunnen ook andere goederen zijn die eigendom zijn van de oprichter. Voor een storting in goederen is een verklaring van een accountant nodig. Die verklaring houdt in dat de goederen die worden ingebracht in de BV als storting op de aandelen, naar de aanvaarde regels van het economisch verkeer, ten minste het bedrag van de stortingsplicht waard zijn. Deze regeling is ingesteld om te voorkomen dat goederen voor een te hoge waarde in de vennootschap worden gebracht, waardoor schuldeisers mogelijk benadeeld kunnen worden. Deze vorm van storting op de aandelen is  kostbaarder, want er moet vaak een taxatie van de goederen geschieden en een accountant moet de verklaring afleggen. De accountant zal dat niet zomaar doen en zich willen overtuigen van de juistheid van de waarde van de in te brengen goederen.

Hoe zit een B.V. verder in elkaar?

De aandeelhouders samen vormen de vergadering van aandeelhouders. De aandeelhoudersvergadering is het hoogste orgaan in de BV. Zij benoemt en ontslaat het bestuur, stelt het salaris van bestuurders vast, keurt de jaarrekening goed en in het algemeen heeft zij het voor het zeggen. Zij kan ook het bestuur binnen bepaalde grenzen instructies geven hoe te handelen. In de statuten kan worden opgenomen dat het bestuur voor het verrichten van bepaalde rechtshandelingen, bijvoorbeeld het kopen van onroerend goed, goedkeuring van de algemene vergadering van aandeelhouders nodig heeft. Vermeld moet worden dat een dergelijk voorschrift alleen intern, binnen de kring van de BV en de daarbij betrokkenen, werking heeft. Het overtreden door het bestuur is de overtreding van een intern voorschrift. Het maakt de rechtshandeling (het kopen van bijvoorbeeld het onroerend goed) niet ongeldig, wel kan er aansprakelijkheid van het bestuur uit voortvloeien.

In een BV met één DGA (Directeur-Groot Aandeelhouder) vormt de DGA zowel de algemene vergadering van aandeelhouders als het bestuur. Hij heeft dan eigenlijk twee petten op; die van bestuurder en die van enig aandeelhouder. Het opnemen van een goedkeuringsregeling is dan weinig zinvol.

Het bestuur van de BV kan bestaan uit één of meer personen. Soms worden deze personen wel directeur genoemd, maar de wettelijke term is: bestuurder. Het bestuur heeft de bevoegdheid om de BV te vertegenwoordigen. Deze bevoegdheid is algemeen. Het is dus niet mogelijk om (naar buiten toe) te bepalen dat een bestuurder slechts contracten kan aangaan tot € 10.000,00 en dat voor contracten waarmee een hoger bedrag is gemoeid de handtekening van een tweede bestuurder nodig is. Een dergelijke bepaling wordt weleens in de statuten van de BV opgenomen maar hiervoor geldt hetzelfde als wat hierboven is uitgelegd over het kopen van onroerend goed. Wel is het mogelijk om te bepalen dat alleen door twee bestuurders samen mag worden getekend. Dat is de zogenoemde twee-handtekeningen-clausule.

Een BV kan een raad van commissarissen hebben. De raad kan uit één of meer personen bestaan. Commissarissen moeten altijd natuurlijke personen zijn; een stichting, een vereniging of een andere BV kunnen geen commissaris zijn. De commissarissen worden benoemd door de algemene vergadering van aandeelhouders. Het is mogelijk om anderen de mogelijkheid te geven commissarissen te benoemen, mits dat er maar niet meer zijn dan een/derde van het aantal commissarissen. Commissarissen hebben de taak toe te zien op het bestuur, in het belang van de onderneming. Commissaris worden lijkt een erebaan, maar het toezicht houden houdt ook verantwoordelijkheid in. Wie als commissaris zijn taak verwaarloost of slecht uitvoert, kan als het mis gaat aansprakelijk daarvoor aansprakelijk gesteld worden.

Een BV heeft statuten. De statuten bevatten de “grondwet” van de BV. De algemene vergadering van aandeelhouders, het bestuur, de commissarissen en wie er ook maar bij de B.V. betrokken is, moeten zich houden aan wat de statuten bepalen. De wet stelt bepaalde eisen aan de statuten en bepaalt wat wel en niet geregeld kan worden. Vroeger beoordeelde het Ministerie van Justitie de inhoud van de statuten op overeenstemming met de wet. Dat toezicht is nu aan de notaris overgelaten; dit is een van de redenen waarom de statuten door een notaris moeten worden opgemaakt. Het voert te ver om hier alle wettelijke mogelijkheden en onmogelijkheden op te noemen.

Bij het oprichten van de BV zal met de notaris besproken worden welke elementen in de statuten moeten worden opgenomen. Een paar belangrijke elementen van de statuten worden hierna verder uitgewerkt.

De statuten moeten een blokkeringsregeling bevatten. De aandelen van een BV zijn namelijk niet zo maar te verkopen aan wie je wilt. De wet maakt een onderscheidt tussen een aanbiedingsregeling en een goedkeuringsregeling.

Een aanbiedingsregeling houdt in dat als een aandeelhouder zijn aandelen wil verkopen, hij die aandelen eerst aan de andere aandeelhouders te koop moet aanbieden. De aanbiedingsregeling kent daarvoor een regeling hoe de prijs moet worden bepaald. Pas als geen van de andere aandeelhouders de aandelen wil kopen tegen de vastgestelde prijs, mag de aandeelhouder zijn aandelen aan anderen verkopen.

Een goedkeuringsregeling wil zeggen dat als een aandeelhouder zijn aandelen wil verkopen, hij een koper kan voorstellen maar dat een vennootschapsorgaan, bijvoorbeeld de algemene vergadering van aandeelhouders of de raad van commissarissen, dat moet goedkeuren. Keurt het orgaan de koper niet goed, dan moet het orgaan wel een andere koper voorstellen. Verkoop van aandelen zonder rekening te houden met de blokkeringsregeling is niet geldig.

Er kunnen verschillende soorten aandelen zijn. Dit zijn:

  1. gewone aandelen, eventueel verdeeld over meer soorten, bijvoorbeeld aandelen A en B (letter-aandelen);
  2. preferente aandelen en cumulatief preferente aandelen;
  3. prioriteitsaandelen.

Ad 1. De meeste BV’s hebben alleen gewone aandelen. Aandelen A en B kunnen handig zijn als er verschil in dividendpolitiek (uitkering van winst) of in reservering van winsten mogelijk moet zijn.

Ad 2. Preferente aandelen lijken meer op een lening dan op aandelen. Op gewone aandelen kan winst worden uitgekeerd; de hoogte van de uitkering per aandeel is afhankelijk van de winst. Op preferente aandelen wordt meestal een vast percentage van het op het aandeel gestorte kapitaal uitgekeerd als er winst is. Cumulatief preferente aandelen hebben dat ook, maar als er geen winst is wordt de uitkering uitgesteld totdat er wel winst is en dan wordt ook over voorgaande jaren, waarin dus niet werd uitgekeerd, alsnog op de cumulatief preferente aandelen uitgekeerd. Preferente en cumulatief preferente aandelen delen meestal niet in de reserves en in het liquidatiesaldo.

Ad 3. Prioriteitsaandelen zijn aandelen die speciale zeggenschapsrechten toekennen. Meestal wordt met een klein prioriteitsaandeel van bijvoorbeeld € 50,00 aan de houder daarvan speciale macht toegekend, bijvoorbeeld het benoemen van personen in vennootschapsorganen.

Denk bij het oprichten van de BV goed na welke rechten de verschillende aandeelhouders moeten krijgen.

Jaarlijks moet natuurlijk een balans en een winst- en verliesrekening worden opgemaakt, de jaarstukken. Dit wordt in het algemeen door de accountant gedaan. De jaarstukken moeten door de algemene vergadering van aandeelhouders worden goedgekeurd. Dit moet binnen zes maanden na afloop van het boekjaar gebeuren, tenzij de algemene vergadering van aandeelhouders deze termijn verlengt. Jaarstukken moeten bij het handelsregister worden gedeponeerd. Niet iedere BV hoeft alles te publiceren, soms kan met een soort uittreksel uit de jaarstukken worden volstaan. Dit hangt af van de omvang van de BV; de accountant weet in welke mate de BV publicatieplichtig is.

Voor het bijeenroepen van een algemene vergadering van aandeelhouders zijn in de statuten regels opgenomen. Daar is ook vermeld wie moeten worden opgeroepen om de algemene vergadering van aandeelhouders bij te wonen. Als er één aandeelhouder is kan deze zonder bijeenroepen alle besluiten nemen die nodig zijn. Het is echter mogelijk dat er ook anderen bevoegd zijn om de algemene vergadering van aandeelhouders bij te wonen en daarom moeten worden opgeroepen. Dit kunnen zijn:

  1. een vruchtgebruiker;
  2. een pandhouder;
  3. een certificaathouder.

Ad 1. Op aandelen kan een vruchtgebruik worden gevestigd, bijvoorbeeld voor de weduwe/weduwnaar van de aandeelhouder. Een vruchtgebruiker krijgt de vruchten, maar heeft niet de eigendom. De eigendom berust bij anderen, in het voorbeeld van de weduwe/weduwnaar meestal de kinderen, die dus uiteindelijk bij het einde van het vruchtgebruik de aandelen in handen krijgen. Een vruchtgebruik op aandelen moet bij notariële akte worden gevestigd. Over vruchtgebruik kunt u in het onderdeel erfrechtverder lezen.

Ad 2. Op aandelen kan een pandrecht worden gevestigd, tenzij de statuten dat verbieden. Een pandrecht is een zekerheidsrecht, net als hypotheek. De pandhouder kan, wanneer niet voldaan wordt aan de voorwaarden waaronder een lening is verstrekt, de verpande aandelen veilen. Een pandhouder kan bedingen dat hij het stemrecht op de aandelen heeft of op een door hem gewenst moment kan krijgen. Dit is risicovol, omdat de pandhouder dan besluiten kan nemen als ware hij aandeelhouder, waardoor de eigenaar-bestuurder volledig buiten spel kan komen te staan. Een pandrecht op aandelen moet bij notariële akte worden gevestigd.

Ad 3. Aandelen kunnen worden gecertificeerd. Zie hierover het speciale onderwerp Certificering.

Oprichten van een besloten vennootschap / Oprichten BV

Kenmerk van een BV is het aandelenkapitaal. Bij de oprichting storten de oprichters geld op een rekening van de BV of zij dragen bijvoorbeeld een bestaande onderneming over aan de BV. In elk geval brengen zij een waarde in: dat is het kapitaal van de nieuwe BV. Tegen die waarde geeft de nieuwe BV aandelen in haar kapitaal uit aan de oprichters/aandeelhouders, in de verhouding tot ieders bijdrage aan het kapitaal. Als er één oprichter is, die in zijn eentje het gehele kapitaal stort, dan verkrijgt hij ook alle aandelen: hij is dan de enige aandeelhouder.

U kunt een BV oprichten als u een nieuwe onderneming wilt starten. Het is ook – zoals hiervoor al aangegeven – mogelijk om uw  bestaande bedrijf in een BV om te zetten. In beide gevallen zijn de volgende aandachtspunten van belang: – Bij de oprichting is een kapitaal van minimaal € 18.000,00 wettelijk vereist. Stort u dit bedrag in contanten, dan dient uw bank daarvoor een zogenoemde bankverklaring af te geven. Iedere bank is hiermee bekend. Vaak wil de bank tevoren wel een ontwerp van de statuten zien. Het ontwerp van de statuten zullen wij na een bespreking bij ons op kantoor voor u opstellen. – Stort u geen geld op de aandelen, maar brengt u uw onderneming in, dan zal een accountant een verklaring afgeven waarin de waarde van die ingebrachte onderneming wordt vermeld. Ook dan geldt het wettelijk minimum van € 18.000,00. – Elke BV wordt ingeschreven in het Handelsregister; de eerste inschrijving wordt door ons notariskantoor verzorgd. Dit geldt ook voor de inschrijving van de bestuurders. – Het is ook mogelijk om de BV al vóór de oprichting als B.V. i.o. (in oprichting) in te schrijven in het Handelsregister. Degenen die rechtshandelingen verrichten namens een op te richten BV, zijn in beginsel daarvoor hoofdelijk aansprakelijk. Een inschrijving in het handelsregister als BV i.o. zou een rol kunnen spelen bij de beoordeling van de vraag, of er zo’n aansprakelijkheid is. Om die reden verdient het aanbeveling voor zover mogelijk inschrijving achterwege te laten, zeker als beperking van privé-aansprakelijkheid een (belangrijk) oogmerk van de oprichting is. – Het is mogelijk dat de naam die u uw BV wilde geven al door een ander bedacht en “bezet” is. Een handelsnaamonderzoek bij de Kamer van Koophandel kan dat uitwijzen, zodat u alsnog een naam kunt kiezen die geen problemen zal opleveren.

Overweegt u uw onderneming om te zetten in een B.V., dan is deskundig advies van een gespecialiseerde belastingadviseur onmisbaar.

Statuten van een BV

De statuten van een BV zijn opgenomen in de oprichtingsakte. In de statuten staan als gezegd de wettelijke en andere “spelregels” die gelden voor de aandeelhouders, de bestuurders en de BV zelf. Ook als er maar één aandeelhouder is, en ook als die tegelijk bestuurder is, zijn de statuten van kracht.